Hoofd op pootjes

Joske Broeren

juni 14, 2023

Je bent voor het eerst bij mij. Je hebt het nodige in je rugzak en hebt ook al menig hulpverlener gehad. Soms hielp het, soms ook niet.

We gaan samen naar de paddock, waar een van de paarden al lijkt klaar te staan speciaal voor jou. Ik vraag je of je even wil focussen op je lijf, ben je helemaal hier? Jij zegt ja, maar ik voel dat het niet zo is. Ik laat het even,  het zal vanzelf wel aan de orde komen, daarvoor ben je op de goede plek bij de paarden. Ik laat jou bij het paard en vraag je om hem te begroeten en dan je eigen plek in de ruimte te zoeken.

Je begroet het paard door naar hem toe te lopen en je hand uit te steken. Hij reageert niet en draait het hoofd af als je nog een keer probeert contact te maken. Het is duidelijk niet wat je verwacht. Je zoekt je plek in de ruimte en gaat op een afstandje indringend naar het paard staan kijken alsof je hem op die manier naar je toe wilt halen. Het lukt niet. Het geheel komt geforceerd over, je bent duidelijk niet op je gemak. 

Ik vraag je of je deze situatie herkent uit je leven van alledag. “Ja, zo gaat het nu altijd. Ik krijg met niemand contact en wordt door iedereen genegeerd” zeg jij. Vervolgens begin je een heel verhaal in woorden waardoor je van het gevoel weggaat dat net was aangeraakt.

De energie wordt steeds zwaarder en jij praat maar door. “Wat neem je waar in je lijf” vraag ik je. Het liefst praat en praat en praat je maar door over alle nare ervaringen die hiertoe hebben geleid. Je hebt hele analyses, maar het levert je duidelijk op dit moment niks op, want met alleen een hoofd op pootjes kun je niet leven. Ondertussen staat het paard nog steeds op afstand. Hij heeft zijn houding wel wat verandert en lijkt zich op te richten. Ik vraag jou wat dit bij je oproept. “Hij lijkt wel te zeggen dat het tijd is voor actie, dat ik iets moet doen”! En weer begin je uitgebreid te vertellen over wat dat dan zou moeten zijn.

Uiteindelijk durf je even stil te staan bij je lichaamssensaties. Je hebt een brok in de keel, een beklemmend gevoel. “Blijf daar maar even bij” zeg ik je en het is stil. Er komen wat tranen. Het liefste ga je ervan weg, maar het lukt je om het aandacht te geven. Je geeft aan dat je al je hele leven vecht tegen al die emoties, je wil ze niet voelen, want het doet pijn. Weer huil je wat, je voelt druk op je borst en ook in je buik roert het zich. Het paard komt naar je toe en maakt contact door zijn neus tegen je aan te duwen. Er komen nog meer tranen en de spanning wordt langzaam minder. 

Nu zien we wie je werkelijk bent, niet alleen de bedachte versie. Je lijf mag nu meedoen, je hart, je buik. De uitdrukking op je gezicht is rustiger en de energie om ons heen voel anders. De brok in je keel trekt weg en je voelt je sinds lang geleden weer ontspannen in je hele lijf. Je merkt dat ruimte geven aan gevoelens wat anders is dan erover nadenken. Je had niet gedacht dat emoties toelaten er juist voor zorgt dat je weer kunt ontspannen.

“Ik weet nu wat ik moet doen” zeg je, “ik mag ophouden mijzelf zo buiten te sluiten. Ik heb mezelf steeds genegeerd. Hoe kan een ander mij zien, als ik mezelf niet zie?”.