Ik heb nog een broer, hij heet Jasper.
In mijn gezin is er nog een kind, dat is verongelukt voordat ik werd geboren. Ik ben daardoor geneigd te zeggen dat ik twee broers heb, wat feitelijk niet klopt. Het is een onbewust proces. Zelfs in de biografie op de website heb ik dit geschreven. Maar ik heb dus drie broers en ben zelf de jongste, in totaal zijn we met z’n vieren. Nu ik dit verder heb uitgewerkt merk ik hoe belangrijk het is om dit in het bewustzijn te krijgen en om je eigen plek in te nemen.
Jasper is overleden bij een auto-ongeluk toen hij nog geen jaar oud was. Een vreselijke ongeluk waarbij mijn ouders en mijn oudste broer het overleefden en Jasper niet. Mijn andere broer en ik waren nog niet geboren. Ik heb Jasper dus niet gekend.
Tijdens de oefendagen voor de opleiding deed ik een opstelling van mijn gezin. Tijdens een familie opstelling stel je je gezin van herkomst op in de ruimte, je ouders, broers en zussen, soms andere belangrijke familieleden, in dit geval met pionnen. Dat kan ook met andere materialen of zelf met mensen die representant staan voor jouw gezinsleden. Ik stelde voor het eerst vier kinderen op, waarvan ik er één. Ik voelde eens soort rust over me heen komen, ja, ik ben het vierde kind. En ook, ja, Jasper is mijn broer. Ook zei ik daarmee ja tegen het verdriet dat we als gezin hebben doorstaan, omdat zijn verlies niet te dragen bleek. Er was veel verdriet, boosheid en angst, kerst en oud&nieuw waren nooit fijn. Het ongeluk was op oudjaars dag, voor ons geen feest, nooit meer.
Ik heb altijd een diepere connectie met Jasper gevoeld, ondanks dat ik hem nooit in het echte leven had ontmoet. Het is niet zo dat hij geen onderdeel is van mij. Ik ben alleen nooit op mijn eigen plek gaan staan in het systeem, namelijk als vierde kind. Ik vind het heel bijzonder om te ervaren wat dit fysiek met me doet. Alsof naast Jasper ook ik meer bestaansrecht krijg.
Ik heb namelijk in mijn onderbewuste ergens het gevoel gehad dat ik er niet geweest zou zijn als hij was blijven leven. Ik heb het mijn moeder wel eens gevraagd, maarja wat voor antwoord moest ze dan geven? Zo is het niet gegaan en ik ben wel geboren. Rationeel kun je er natuurlijk niks mee, maar de onderstroom die dit met zich meebrengt is wel erg groot.
Want wat zegt dit over mijn bestaansrecht? Waarom leef ik en niet hij? Heb ik recht op het leven? Het is me nooit zo duidelijk geweest dat dit invloed op me heeft. Tot nu. En nu zeg ik hardop “ja” tegen het leven en “ja” tegen zijn dood, hoe verdrietig ook. Ik hoor bij de levenden en hij bij de doden…..
Tijdens een sessie met een cliënt kan ook dit systemische stuk naar voren komen. Soms geeft het paard signalen waaruit blijkt dat systeem aandacht behoeft, soms doen we bewust een opstelling. Zo ook in onderstaande cliëntsituatie;
We doen een opstelling. Je zet jouw ouders neer in de ruimte, dan komt jouw oudste zus en dan jij. Er staan vier pionnen op een rij. De pony is erg druk met de derde pion, jouw zus. Hij zet er zijn tanden in en verplaatst haar. Het is wel duidelijk dat er nog iets moet gebeuren, het lijkt incompleet. Ik vraag je of de opstelling compleet is of dat er misschien iemand ontbreekt. Je vertelt dat je moeder een miskraam heeft gehad tussen je zus en jou. Dat jij je daardoor best vaak hebt afgevraagd of jij er zou zijn geweest als dit kind wel geboren was.
Je zegt zelfs dat het misschien beter was geweest als jij er niet was. Het leven is voor jou moeilijk. Ik vraag je om jouw niet geboren broer of zus toch op te stellen, zo ontstaat er een rijtje van 5. Je plaatst jezelf wel buiten de rij, verder van de rest af. Nadat je jouw pion in de rij hebt gezet en er zelf bij bent gaan staan daalt een soort rust over je neer, dit is jouw plek. Jij mag hier zijn en bent het derde kind. Jij hebt een plek gekregen in dit leven.
Ik ben hier en jij bent daar, altijd in verbondenheid
